HOME
ZOEKTIPS
LINKS en LITERATUUR
ORGELS
LAATSTE WIJZIGINGEN
OVER ONS
DONATIES


LAATST BIJGEWERKT OP 04-07-2017

H. Geest

Ga naar site van het gebouw c.q. de parochie
 
Parochie/kerkgemeente: H. Geest
Dekenaat/kerkverband: Roermond
Soort gebouw: Voormalige parochiekerk
Plaats: Roermond
Gemeente: Roermond
Wijk: Roerzicht
 
Adres: Minderbroederstraat 2c
Postcode: 6041 XR
 
Eigenaar: drs J.P.H.T. Prickartz, apotheker
Kadastrale gegevens: Roermond C 3716
Bouwpastoor/bouwpredikant: Th. G. H. Geelen
 
Architect(en):
 
Kunstenaar(s):
 
Huidig gebruik: Aan de eredienst onttrokken 09-11-2009. Wordt Gezondheidscentrum

Luchtfoto uit de zestiger jaren (Collectie Bisdom)

Ruimtelijke context

De H. Geestkerk ligt geheel vrij en aan drie zijden omgeven door plantsoenen aan de rand van de oude kern van Roermond. Rondom de kerk lopen straten. De kerk staat in de as van de Minderbroederssingel. De hoofdingang ligt eveneens aan deze straat. Tot circa tien jaar geleden domineerde de kerk met haar koepel en ranke lantaarn de omgeving. Zij stond letterlijk op de hoek van Roermond. Momenteel wordt zij, komend vanuit het zuiden, door appartementengebouwen grotendeels aan het zicht onttrokken. Het zicht vanuit de achter de kerk gelegen woonwijk, die veelal uit laagbouw bestaat, is nog steeds goed. De H. Geestkerk is in 2000 aangemerkt als gemeentelijk monument.

Type

Uit beton en mergel opgetrokken ronde centraalbouw met hoge koepel. De kerk is niet georiënteerd. De banken zijn axiaal opgesteld.

Bouwgeschiedenis

Na de Tweede Wereldoorlog besloot het bisdom, dat aan de zuidzijde van Roermond een nieuwe parochie gesticht werd. De Meerssense kapelaan Th.G.H. Geelen werd op 15 augustus 1951 benoemd tot bouwpastoor. Geelen vernoemde kerk en parochie naar de H. Geest, omdat de devotie tot de H. Geest het langzaam oprukkend materialisme en de ‘heidensche wereldgeest’ zou kunnen neutraliseren. De keuze voor deze titulus had ook een historisch achtergrond. Hij herinnerde aan de in de 17de eeuw door brand verwoeste H. Geestkathedraal, wier resten begin 19de eeuw gesloopt werden. Geelen kreeg in oktober 1951 een lijst van twintig nieuwbouwkerken om zich te oriënteren. Op 11 december 1951 vroeg Geelen toestemming aan mgr. Lemmens om Frits Peutz als architect te mogen aanemen. Het eerste ontwerp van Peutz op werd op 8 september 1952 in principe goedgekeurd. Peutz ontwierp een hallenkerk met een door een gangetje ermee verbonden achthoekige klokkentoren. Voor zover op de foto van de maquette valt af te leiden, vertoonde de kerk grote gelijkenis met die van Meijel. Op wens van de pastoor zou de betonnen kerk met mergel bekleed moeten worden. Inmiddels werd in 1953, nadat de H. Geestparochie canoniek was opgericht, een noodkerkje, gevestigd in een van de gebouwen van atelier Cuypers en Co, volgens plan van architect J. Huis-in-t-veld ingericht tot noodkerk (zie Posterholt). Het in aanleg goedgekeurde ontwerp van Peutz kon niet uitgevoerd worden, omdat in 1954 in overleg met de gemeente Roermond een andere bouwlocatie werd gekozen. Dit was in het belang van gemeente en parochie. Een aanvullende gemeentesubsidie maakt de deal extra aantrekkelijk. In februari 1955 keurde men de nieuwe plannen van Peutz, die voorzagen in een centraalbouw met koepel, goed. De aanbesteding vond plaats op 24 augustus 1955. Het werk werd gegund aan aannemersbedrijf Coppes en Zonen uit Maastricht. De bouw ondervond ernstige tegenslag, toen bleek dat de ondergrond onstabiel was en er een diepe puttenfundering noodzakelijk was. Om gewicht te besparen werd derhalve ook gekozen voor beton met klinkerisoliet toevoeging in plaats van grind. De onvoorziene funderingswerkzaamheden brachten hoge meerkosten met zich mede. De eerste steen werd gelegd op tweede Pinksterdag, 21 mei 1956. Deken Terstappen zegende de kerk op 6 juni 1957 in. De kerk was toen nog niet voltooid. De sacristie ontbrak, evenals de vloertegels en de altaren. Er was een houten noodaltaar opgesteld. De vloertegels worden begin 1960 gelegd. In dat jaar bouwde aannemer Coppes ook de sacristie. Het vieringaltaar werd geplaatst in 1961, het sacramentsaltaar met tabernakel in mei 1962. Nadat het liturgisch centrum van stenen altaren voorzien was, kon de kerk op 27 april 1963 geconsacreerd worden. In het Katholiek Bouwblad van 1958 werd de H. Geestkerk vergeleken met de eerste koepelkerk van Peutz, de  H. Anna te Heerlen. Toen viel de vergelijking ten gunste van de H. Geest uit, mede door het gebruik van mergel en Kunradersteen, waardoor de kerk minder hard overkwam. Tevens was in Roermond de opstelling van het altaar in combinatie van de volkomen ronde kerk beter. Tenslotte werd opgemerkt, dat de H. Geest direct werd voorzien van een koperen dak. In Heerlen was dit uit bezuinigingsoverwegingen niet gedaan. Daar werd gekozen voor koperslijpsel. De grandeur van de koepel kwam in Roermond beter tot zijn recht. In het Katholiek Bouwblad werd de H. Geestkerk in 1960 de mooiste Nederlandse koepelkerk genoemd, vanwege de uitgesproken hoge koepel. De verticale as was volgens de schrijver goed ontwikkeld, evenals in de Gedachteniskerk op de Grebbeberg. De andere in het artikel aangehaalde kerken ontbeerden dit. Meestal was daar sprake van een segmentkoepel, eventueel gecombineerd met een te lage geboorte, waardoor het effect van de ruimte verloren ging. In de H. Geest maakt de scheiding tussen muren en koepeldak door de vensters rondom eveneens een verschil met andere kerken, hierdoor lijkt de constructie lichter en is de ruimte overkoepelend, niet drukkend. In de H.H. Petrus en Paulus te Breda werd eveneens een vensterlaag in de tamboer aangebracht, maar deze was doorlopend. Bovendien stond de koepel op een vierkante basis, zodat hij niet dezelfde structuur toonde als de H. Geest.

Veranderingen

In de jaren 1987-1990 was er regelmatig overleg over herinrichting van de kerk. Architect Jan Peutz werd hiertoe benaderd. De voorgestelde plannen waren echter erg kostbaar. Het bankenplan werd gereduceerd. Er bleven slechts vier rijen banken, axiaal opgesteld, over. De doopvont werd links van het liturgisch centrum geplaatst. Het bassin van de doopkapel werd gevuld en kapel werd ingericht tot lectuurruimte. De Piuskapel werd Mariakapel. In de omgang links van het liturgisch centrum is de dagkapel gesitueerd. In de koepel is een donkerrode ballon gehangen om de kerkruimte te verkleinen, de stookkosten te reduceren, de acoestiek te verbeteren en naar beneden vallende betondeeltjes (vanwege betoncarbonisatie in de koepel) op te vangen. De ballon tast de ruimtewerking in de kerk evenwel sterk aan en veroorzaakt bovendien hinderlijke galm.

De kerk werd op 9 november 2009 aan de eredienst onttrokken. Op 20 februari 2010 werd de laatste H. Mis opgedragen in de H. Geestkerk. De kerk wordt ingericht als gezondheidscentrum.

Zie hier voor parochiecluster.

Exterieur

Foto: november 2005

Het uitspringend voorportaal is rechthoekig van vorm en opgetrokken uit kunstgraniet. Aan de binnenzijden zijn bas-reliëfs gekapt met voorstellingen van de apostelen en de eucharistie. Drie dubbele houten deuren geven toegang tot de kerk. De kerk heeft een plint van Kunrader blok (ca. 1,5 meter). De rest van het opgaande muurwerk is opgemetseld uit mergelsteenlagen van verschillende dikte. Een doorlopend reeks grote vensters in betonnen raamwerk vormt de overgang van het opgaande muurwerk met de betonnen, met bitume bedekte koepel. Op de koepel staat een betonnen en van veel glas voorziene lantaarn, die eveneens door een koepeltje is afgedekt. Dit koepeltje wordt bekroond door een smeedijzeren kruis naar een ontwerp van Peutz. De voorgevel heeft afgeronde hoeken. Boven het portaal is een groot rondvenster aangebracht. In de hoekrondingen zijn lange smalle vensters opgenomen. Aan de rechterkant zijn deze vensters aan de onderzijde met platen dichtgemaakt. Op de rechterhoek staat een halfrond klokkentorentje, dat zich vanwege zijn geringe massa en hoogte geenszins opdringt. Rondom de kerk loopt een omgang met een platdak. De omgang volgend stuit men eerst op een uitgebouwd, vierkant portaal. Vervolgens loopt men tegen een halfronde absis aan, die tegenover de hoofdingang ligt en die bijna zo hoog is als vensterrij van de koepel. De absis heeft twee smalle hoge vensters. Dan is er nog een tweede, kleinere abside, die evenhoog is als de omgang. Tegen de oostkant van de kerk staat de sacristie, die in tegenstelling tot de omgang niet meebuigt, maar als rechthoekig bouwwerk tegen de kerk staat. De sacristie is eveneens in mergel opgetrokken.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

 Zicht op de zangtribune

Naast de zangtribune zijn twee kleinere tribunes gebouwd, die momenteel met gordijnen zijn gesloten. Het was de bedoeling dat hier de orgelpijpen geplaatst zouden worden. Vanwege geldgebrek werd echter een kleiner orgel gekocht en op de centrale tribune geplaatst. De tribunes vervullen thans geen doel. De vloeren van kerkzaal en liturgisch centrum zijn uitgevoerd in leisteen. De altaartreden echter zijn van gepolijste hardsteen. De ronde kerkzaal wordt omgeven door een gang. Vierkante pijlers scheiden omgang en schip en schragen met een betonnen ringbalk het ovalen gewelf. De onderste helft van dit gewelf is in mergel uitgevoerd. Daarop staat een rondlopende reeks ramen. Zij vormen de overgang tussen de mergelstenen wand en de gewapend betonnen schaalconstructie. De constructie is aan de binnenzijde versterkt met concentrische betonnen ribben. In de top van het gewelf bevindt zich een oculus met daarboven een betonnen lantaarn. Vanwege de ballon is het niet mogelijk de koepel waar te nemen. Het middenpad voert direct naart het liturugisch centrum, dat zich vier treden boven de kerkvloer verheft. Het vieringaltaar staat op een drietredig supedaneum. In de absis staat het sacramentsaltaar. De absis wordt geaccentueerd door een betonnen rondboog, die iets de kerk inwijkt. In de voormalige Mariakapel is thans de dagkapel ondergebracht, die met gordijnen wordt afgeschermd van de rest van de kerk. In de kapel is een verlaagd houten plafond aangebracht. In de kapel bevindt zich een wandreliëf en een gebrandschilderd raam.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).

Orgel

Collectie: Roy Jaspers

In 1967 plaatste Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) in deze kerk een tweemanuaals orgel, waarvan het rugwerk aanvankelijk nog niet werd gerealiseerd.

                               Hoofdwerk                           Rugwerk                               Pedaal

                               Prestant 8’                           Bourdon 8’                           Subbas 16’

                               Roerfluit 8’                           Prestant 4’                           Octaaf 8’

                               Octaaf 4’                              Blokfluit 4’                            Gedektbas 8’

                               Gedektfluit 4’                       Octaaf 2’                               Koraal 4’-2’

                               Sesquialter D II                   Nasard 1 1/3’

                               Mixtuur IV-V-VI                    Scherp III-IV

                               Trompet 8’                           Dulciaan 8’

Bron: G.M.I.Quaedvlieg – Orgeldocumentatie Limburg (Stadsbibliotheek Maastricht)

Afbeeldingen

Glas-in-lood, Eugène Laudy, XXc. Voorstelling: Christus het brood brekend met voor Zich de ongelovige Thomas die zijn vinger opheft.

Glas-in-lood, Eugène Laudy, XXc. Voorstelling: de H. Geest komt over Maria.

Gebrandschilderd glas, Tom Franssen, ca. 1970.

Glas-in-lood Max Weiss

Messing platen met op de voorzijde in koperdraadplastiek de symbolen van de vier evangelisten: Mattheüs (mens), Johannes (adelaar), Marcus (leeuw) en Lucas (stier).

Kermamiek, XXc. Voorstelling: de bruiloft te Kana.

Firma Etienne uit Mazy (B), 1962. Klein altaar van zwart Zweeds graniet is tegen de muur van de absis bevestigd; opstaand rechthoekige schacht, convex gebogen mensa met schuine zijden en ingezwenkt bovenblad. De schacht loopt door boven de mensa. Bij gelegenheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van mgr. Lemmens werd een feestgave aan de prelaat geschonken. Naast de bouw van de H. Guliëlmuskerk in Maastricht kregen een viertal parochies met zware zorgen een bedrag ten behoeve van een altaar. Deze kerk was er één van, naast de H. Geest, Heerlen;H. Joannes Bosco, Venlo; H. Barbara, Geleen.

Voorstelling: de geestesduif uit de hemel neerdalend met in de hoeken vier Griekse kruisjes. Inscriptie: In het jaar onzes HEren 1956 Is deze steen geLegd op tweede pInksterdaG 21 mEi om te GEtuigen En alS Teken door mgr. dr. G. Lemmens, bisschop van Roermond. (De hoofdletters vormen samen: HEILIGE GEEST).

Rechthoeking tabernakel van verguld koper, waarop een abstract email ornament (o.m. een kruis en een hand) en een rand van rechthoekjes. Hierboven op een korte ronde schacht een kruis met brede, gelijke armen, die zich naar de uiteinden toe verbreden en daar versierd zijn met glasstenen van verschillende grootte. Klein iets zwevend corpus. In de snijpunten der balken een donkere steen in zetting.

Voorstelling: O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand

Uitvoering firma Etienne uit Mazy (B), 1961. Groen geaderd Italiaans marmer vert patricia. De mensa rust op twee geprofileerde kolommen.

Voorstelling: St. Jozef met Jezuskind. Links en rechts van Jozef zijn resp. uitgebeeld de engel die Jozef in zijn slaap waarschuwt voor de snode plannen van Herodes en de vlucht naar Egypte.

 
 
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest
H. Geest